Blog Liz Barclay: ‘Maarten, we denken aan je!’ – Hoefslag

Maarten van StekMaarten van Stek – William Nederlands Kampioenschap Lichte Tour 2015 © DigiShots

Het was weer zover in mei. Het derde bezoek van Maarten van Stek aan Cornwall. De clinic, dit keer drie dagen in plaats van twee, zat lekker vol met niet alleen inmiddels bekende, maar ook een hoop nieuwe gezichten.

Hoofd gestoten

Ik moet zeggen dat ik me wel een beetje zorgen maakte na Maarten’s spectaculaire vertrek van vorig jaar, waarbij hij letterlijk nog geen uur voor zijn vertrek zijn hoofd zodanig tegen het kozijn van de slaapkamerdeur stootte, dat ik werkelijk dacht dat het huis instortte. Enkele weken later las ik in zijn blog dat hij in een ‘leuke cottage ergens in Engeland’ zijn hoofd had gestoten, met als gevolg tijdelijk evenwichtsstoornissen, waardoor mij alsnog het schaamrood naar de kaken steeg.

Net als de eerste keer kwam dit jaar echtgenoot Marc weer mee en werden er een paar extra dagen aangeknoopt voor een klein beetje vakantiegevoel. Marc stond erop om Maarten en mij iedere dag op en neer te gechauferen en bij thuiskomst had ik ook zomaar een keurig schoon aanrecht. Heerlijk, drie dagen niet afwassen!

Blije gezichten

Maarten gaf zich zoals altijd weer voor de volle 100% en de blije gezichten na iedere les spraken boekdelen.

De eerste clinic stond vooral in het teken van voorwaarts, line zero en focus. Vorig jaar werd de salsa gedanst, ook door Maarten zelf. Een typisch voorbeeld trouwens hoe Maarten de aandacht vasthoudt door alles met een gevoel voor humor lekker levendig te houden. (Zie vorige bloggen.)

Dit keer werd een ordinaire stalbezem gebruikt om de balans van een paard uit te leggen, geniaal.

Schijnovergangen en ‘het ritsje’

Gedurende de drie dagen werden er veel schijnovergangen gereden waarbij de nadruk vooral lag op de stille hand en ook het ‘ritsje’, zoals hij de spoorwerking om de buik, en daarmee de rug naar boven te krijgen, zo plastisch uitlegde. Een beweging waarbij je je tenen naarbuiten draait met de kuit zo dicht mogelijk bij de singel en dan een opwaardse beweging maakt met je spoor.

Ik dacht dat ik die techniek al jaren onder de knie had, totdat Maarten me gedurende m’n eigen les liet voelen hoe ver mijn paard z’n rug naar boven kon brengen. Heel veel verder dan ik dacht en daar was ik wel even stil van, dus ‘back to the drawing-board’, zoals de Engelsen zo mooi zeggen. (En nooit te oud om te leren, haha!)

Buik en rug omhoog

Als er iets is, wat me gedurende deze clinic heel duidelijk werd, is wel dat als die buik en rug niet omhoog gaan maar je je paard wel vooruit blijft schoppen, om het even heel plat te zeggen, je het je paard wel bijzonder moeilijk maakt om z’n achterbeen goed te gebruiken.

Het is dus heel belangrijk om, vooral bij een van nature lui paard, het moment te onderkennen wanneer je paard het been en het voorwaarts gaan heeft geaccepteerd. Dat heeft niet automatisch tot gevolg dat de rug omhoog is. Als je daar dan niet mee aan het werk gaat druk je je paard alleen nog maar meer op de voorhand.

Engelengeduld

Door de bouw van de meeste paarden in de clinic, en daar hebben veel Engels gefokte paarden last van, is dat lastiger dan het voor het gemiddelde Nederlands gefokte paard is. Met als gevolg dat ook de ruiters nog wel eens in een vacuum terecht komen. Dan heb je aan Maarten een goeie. Hij geeft nooit op, blijft met engelengeduld uitleggen en vooral als het even niet lukt dan hoor je ‘it doesn’t matter’, waardoor weer een stukje onzekerheid wegvalt.

Het is wel lastig, soms, dat de scores op wedstrijden de ruiters laten denken dat ze het hartstikke goed doen, vooral in Cornwall. ‘Up country’ wordt zwaarder gejureerd dan hier, zegt men, en ook daar ligt de lat niet zo hoog als in Nederland.

‘Mijn paard vindt dressuur niet leuk’

‘Mijn paard vindt dressuur niet leuk’, is iets wat ik ook regelmatig hoor als ik voor het eerst naar een nieuwe klant toe ga. Ik snap het nog steeds niet omdat de dressuur waar deze ruiters het over hebben niet anders is dan het grondwerk dat ook nodig is om een gezond en sterk spring- of eventpaard te produceren.

Dit wordt heel vaak domweg over het hoofd gezien of niet begrepen. Lastig ook als er springles gegeven wordt waar dit stuk basisontwikkeling geheel of gedeeltelijk genegeerd wordt.

Het is een cultuurverschil. Het begint iets minder te worden, maar de Engelse ruiters groeien meestal op in de natuur achter de vos aan, terwijl wij in Nederland leren rijden in een bakje met zand.

‘You can’t be a little bit pregnant’

Dit gebrek aan basis kwam heel duidelijk naar voren bij een jong paard waar de ruiter onmogelijk een voorwaardse galopovergang uit kon krijgen zonder de nageeflijkheid te verliezen, wat soms ontaardde in een obstinate bok. Toen de amazone vertelde dat haar merrie bij de springles altijd zo makkelijk in galop aansprong, vroeg Maarten beleefd, ‘en blijft ze dan ook mooi zacht in de hand?’ Tja, toen was het antwoord, ‘sometimes’, waarop Maarten gortdroog zei: ‘You can’t be a little bit pregnant.’ Ik moest zo lachen en gelukkig de amazone ook. Het legde wel heel duidelijk uit waar ‘m de kneep zat. Er moet in de springles ook meer aan dat stuk basis gewerkt worden.

 Maarten, we staan achter je!

En nu ligt Maarten, na een ongelukkige val, thuis in bed met een gecompliceerde beenbreuk.

Degenen die Maarten goed kennen weten dat hij een soort oerkracht bezit die hem ook nu weer goed van pas zal komen. Wij, de groupies, zullen dus met z’n allen heel veel positieve energie richting Hoofddorp moeten sturen om die oerkracht te blijven stimuleren.

En natuurlijk hoort daar inmiddels ook een heel groepje ruiters uit Cornwall bij. Maarten, we staan achter je, denken aan je en wachten geduldig op je terugkomst!

Foto’s: DigiShots en Liz Barclay

Dressuurruiters.nl