Vraag ’t Maarten: Aanleuning – Dressuur

In de rubriek ‘Vraag ’t Maarten’ kwamen veel vragen binnen over mondproblemen, verbinding met de hand, contact en aanleuning in het algemeen. Omdat volgens Maarten antwoorden op hetzelfde neer gaan komen, probeert hij in dit artikel het begrip ‘Aanleuning’ aan de hand van een paar van die vragen nader uit te leggen.

De vragen

Maarten beantwoordt in deze ‘Vraag ’t Maarten’ niet één vraag, maar een heleboel. Ze gingen allemaal over aanleuning. Marion Koetsier heeft een paard die onrustig is met het bit en in de hoofd-halshouding, het paard van Martijn Obers loopt graag ver achter de loodlijn, maar hij wil hem toch correct voorwaarts-neerwaarts kunnen rijden, Naomi Mesotten wil de verticale balans van haar paard verbeteren in galop en het paard van Marjoleine de Klerk krult zich op met achterwaarts gaan. Maarten probeert dit allemaal in één antwoord te vatten!

Het antwoord

Eigenlijk is het woord Aanleuning een beetje verwarrend, want waar leunt wie nou waar aan? Wat voor gevoel moet je daar nou bij hebben en waar komt het vandaan. Gevoel is altijd lastig te omschrijven, maar denk eens aan hoe je hand contact maakt met de trapleuning als je ontspannen en met regelmaat in je pas de trap op- of afloopt. Of hoe je het stuurwiel van je auto in je handen ligt als je normaal rijdt. Nou is een paard geen trap en al helemaal geen auto, dus we gaan eens wat verder op onderzoek uit.

In mijn clinics vertel ik regelmatig dat wat er in de mond gebeurt, het resultaat is van wat er in het lichaam gebeurt. Met andere woorden, zoals je op de thermostaat kan aflezen of je verwarmingsketel goed functioneert, zo kun je aan de mond aflezen hoe het lichaam functioneert. In positieve zin maar ook in negatieve… Stel, je komt ’s avonds thuis en het voelt erg koud in huis. Je loopt naar de thermostaat en ja hoor… 14 graden! Je tikt er eens op, draait aan wat knopjes, zet hem op 23 graden maar het wordt maar niet warmer. Logischerwijs loop je naar de verwarmingsketel en ziet het meteen: het waterpeil is te laag en dan houdt de verwarming er mee op. Je vult de ketel bij en binnen het uur is het weer behaaglijk in huis. Gebeurt dit vaker dan wordt het hoog tijd om een monteur te bellen… er zijn maar weinig mensen die alleen maar de thermostaat proberen te fixen…

En toch hebben we allemaal wel eens de neiging om dat tijdens het trainen met je paard wel te doen.

Foto: www.arnd.nl

Die fixatie op de mond is op zich best te begrijpen; daar komt veel informatie binnen waar je wat mee ‘moet’, je raakt al snel het gevoel van controle kwijt want het lijkt dat er aan de voorkant best veel moet gebeuren! Sturen, na laten geven, terugnemen, oprichten, hals strekken, recht houden, contact houden om maar eens wat te noemen. Maar net als bij de verwarming, moeten we veel verder kijken dan alleen de mond en de teugels. Wat er in de mond gebeurt is het gevolg, het lichaam is de oorzaak, zowel in positieve als in negatieve zin. Natuurlijk zijn er ook echte mondproblemen, zoals een slecht gebit of een minder geschikte optoming met een verkeerd bit. Gelukkig weten steeds meer mensen de weg naar een goede tandarts en een bitfitter te vinden. Maar nog steeds is het belangrijk oorzaak en gevolg te herkennen; symptoonbestrijding levert zelden op langere termijn het gewenste resultaat.

Martijn Obers heeft een vraag over het verlengen van de hals, het zogenaamde voorwaarts-neerwaarts rijden. Zijn paard krult zich dan wat op en knikt in bij de derde halswervel. Marjon Koetsier vertelde over haar merrie die erg onrustig kan zijn met het bit en dus ook in de hoofd-halshouding. Naomi Mesotten heeft moeite met de juiste stelling in galop en Marjoleine de Klerk geeft aan aanleuningsproblemen te hebben bij het achterwaarts gaan. Al deze uitdagingen zijn op te lossen door de oorzaak op te zoeken en niet de gevolgen te willen bestrijden.

Veel (jonge) paarden hebben hier wat moeite mee omdat ze zoekende zijn naar hun balans. Paarden verwerken onbalans al snel in hun hals en dat merken wij in de ‘mond’. Dat is het gevolg, de oorzaak moeten we dan zoeken in de balans op vier benen, het naar voren denken en het vertrouwen krijgen in de ruiterhand. Het rijden van overgangen is daarbij zeer behulpzaam, waarbij we er op letten dat het paard op de eerste hulp voorwaarts gaat, de ruiterhand mee naar voren gaat zonder het contact te verliezen met de mond en niet terug te werken op het moment dat het paard neigt om over de teugel of tegen de hand komt. Het paard moet als het ware niet bang worden om zijn hoofd en hals meer naar voren te brengen om in een betere balans te komen. Het is het gemotiveerde achterbeen dat de hoofd-halshouding ten goede moet veranderen, zo ook de rugwerking en dus de aanleuning.

Wat ook een nuttige oefening is om de balans en het voorwaarts denken van het paard te verbeteren is het rijden van houding- en tempowisselingen in een bepaalde gang. Let hierbij eens op dat wanneer je iets verruimt of iets terug neemt, dat het paard niet van houding verandert of wanneer je de hals verlengt, niet van tempo verandert. Gebeurt dit toch, is dit niet een aperte fout van je paard, maar geeft hij aan moeite te hebben met zijn balans of niet genoeg aan de hulpen staat. Het paard ‘kiest’ dan voor zijn eigen, meest comfortabele tempo, richting en houding. En dat heeft rechtstreeks een effect op de aanleuning.

Aanleuningsproblemen zijn meestal geen problemen. Aanleuning vertelt ons iets over waar je staat in de training van je hele paard en over je eigen vermogen al die oerkrachten van circa 600 kilo onder je te verwerken. Aanleuning is volgens mij het meest besproken onderdeel van de dressuursport. Op zich logisch want een verkeerde aanleuning verstoord het hele beeld van het goed gaande paard. Maar dat vanaf de B tot en met de Grand Prix er een negatieve fixatie op aanleuning is en daar zoveel commentaar op is, daar kan ik me wel eens aan storen. Het draagt niets bij in het grote geheel om ons allemaal meer te laten beseffen dat dressuur rijden ontzettend complexer is dan alleen ‘kop op de plek, gas is gas en ho is ho’. In een jolige bui roep ik dat ook wel eens, maar altijd met een flinke knipoog want je teugel is geen trapleuning en je paard al helemaal geen auto….

Bron: Dressuur 

Dressuurruiters.nl