Vraag ’t Maarten: Overgangen piaffe-passage – Dressuur

De vraag

Goedenavond Maarten,

Hopelijk gaat het al beter met u, veel succes met het herstel!

Ik heb een rijtechnisch vraag. Ik rij op mijn Gelderse bijrijdpaard die ik zelf opgeleid heb t/m het ZZ-zwaar. Ondertussen zijn we al wat aan het knutselen met de oefeningen voor de zware toer. Het piafferen gaat heel mooi gesloten en gaat hij mooi zitten. Het probleem zit hem in de overgang naar de passage, dan hebben we heel veel moeite met het ritme en vaak gaat de achterhand meer duwen i.p.v. dragen dus hij kantelt zijn bekken dan meer naar achteren. De overgang van passage naar piaffe lukt wel beter. Heeft u hier misschien wat tips voor, volgens mijn instructeur is het een kwestie van een versnellingsbak inbouwen en vaker proberen, maar ik zou graag nog meer advies krijgen hoe ik mijn paard hiermee kan helpen.

Alvast bedankt, met vriendelijke groeten,

Mariska Groenendijk

Het antwoord

Beste Mariska,

Mijn herstel gaat met kleine stapjes, maar we komen er wel.

Ik heb even getwijfeld of ik jouw vraag via Dressuur zou beantwoorden, omdat het voor veel lezers misschien wat hooggegrepen lijkt. Maar ik ga mijn antwoord proberen wat breder te trekken. Steve van der Woude zei mij laatst dat wat hem nog iedere dag helpt met rijden, is dat ik in de lessen vaak tegen hem zeg dat hij alles wat hij doet en vraagt van een paard een naam moet geven. Ik zal uitleggen waarom dat zo belangrijk is. En niet alleen met piaffe en passage!

Wanneer je bijvoorbeeld van uit stap aandraaft, is het heel behulpzaam om voor je de overgang inzet, de stap waarin je zit, te benoemen en de draf waar je naar toe wilt ook.

Bijvoorbeeld: ik rij nu arbeidsstap en ik wil naar arbeidsdraf en het liefst daar niet al te lang over doen. Als je namelijk niet bewust stapt en je paard ‘doet maar wat’, neem je dat mee in draf en ben je nog wel even bezig om je paard ‘op andere gedachten te brengen’. Eigenlijk ben je dan aan het na-corrigeren en is dat wel fair naar je paard? Dat in stap ‘maar wat doen’ heb je a. zelf laten gebeuren en het hem ‘geleerd’ en b. het is in het verleden gebeurd en het verleden kan geen mens of paard meer veranderen…

Wanneer je bewust en actief stapt, ben je automatisch al meer in de waardering naar je paard en ga je positief naar draf, die activiteit neem je mee de toekomst in; daar heb je immers wel invloed op. En afhankelijk van het africhtingsniveau van je paard hoeft het niet meteen de eerste pas, maar je rijdt wel naar die actieve arbeidsdraf toe. Op dat punt aanbeland, zal je ontspannen en belonen: je hebt immers je doel bereikt!

En nu vertaald naar de piaffe-passage overgang. ‘Hak’ de oefening als volgt eens in stukjes. Oefen in piaffe – los van de passage – eens drie verschillende soorten. Een grote piaffe, dus veel meer van de plek naar voren, een kleine piaffe, dus meer op de plek en een wedstrijdpiaffe, dus echt op de plek. In passage doe je hetzelfde. Als je dit onder de knie hebt en je kunt ze alle zes echt benoemen, kan je ze gaan verbinden.

Je geeft aan dat je paard gemakkelijker van passage naar piaffe gaat, dus begin daar eerst mee.

Rij de grote passage (die is minder verzameld) en schakel bewust terug naar de kleine passage. Verlies je impuls en dus nageeflijkheid en aanleuning, terug naar de grote passage en dan weer naar de kleine passage. Ben je tevreden, maak je een overgang naar de grote piaffe. Verlies je impuls, rij je weer voorwaarts naar de kleine passage of misschien wel nog verder door naar de grote passage of zelfs naar draf en herhaal het hele riedeltje terug naar de grote piaffe. Blijf alle fases een naam geven! Pas als dit allemaal lukt ga je verder terug naar de kleine piaffe en misschien zelfs naar de wedstrijdpiaffe. Je neemt dan al de moeilijkere overgang piaffe-passage mee. Maar blijf er nooit in hangen en passageer of piaffeer nooit ‘zomaar wat’. Wil ook niet meteen Piaffe en Passage met hoofdletters schrijven in je hoofd. Dan leg je de lat al te vroeg te hoog. Net als in het voorbeeld van de overgang stap-draf, moet je steeds de toekomst in willen rijden en alles wat je doet een duidelijke naam geeft, zodat je in de waardering blijft naar je paard en naar jezelf!

Ik wens je veel pi en pa plezier!

Met vriendelijke groet,

Maarten van Stek

Bron: Dressuur

Dressuurruiters.nl